MAXITRAMPOLINE

Trampoline is een onderdeel van de gymnastiek. Op een trampoline maakt de turner gebruik van een sterk verende matras en zijn eigen spierkracht om zich in verschillende standen in de lucht te laten veren. In de lucht maakt hij sprongen, salto’s, schroeven, …, landt weer en begint opnieuw.

Wie maxitrampoline als sport kiest mag vooral geen hoogtevrees hebben. Deze discipline speelt zich namelijk af in de ruimte en gymnasten springen tot 8 meter hoog. De trampolinegymnasten springen reeksen waarbij ze basissprongen, salto’s en schroeven combineren.

 

De trampolinespringers worden beoordeeld op de moeilijkheid en de uitvoering van hun oefeningen.

Salto

Een salto is een koprol in de lucht. Een salto kan vooruit of achteruit gemaakt worden waarbij al dan niet een schroef (in de lengte om de as draaien) toegepast wordt. Bij alle salto’s is het van belang, dat men eerst goed omhoog gaat, zodat men in de zweeffase (je hoogste punt) genoeg tijd heeft om een mooie salto te draaien.

 

Varianten :

  • Hoeksalto: hetzelfde als de gewone salto, alleen dan met gestrekte knieën.
  • Streksalto: men spant zich helemaal aan.
  • Dubbele salto: twee salto’s maken in één sprong.
  • Schroef: de schroef is een vooruit- of achteruitsalto waarbij men een hele draai om zijn as maakt. Deze wordt ook wel een 360 genoemd, dit is 180 graden meer dan dat je zou draaien bij een barani.